Grondwaterpeil onder controle_zuivelNL

Nieuws

Grondwaterpeil onder controle

Gepubliceerd op
17 juli 2018

Vanaf voorjaar 2016 experimenteren Wageningen Livestock Research en KTC Zegveld met pompgestuurde onderwaterdrains om te zien of met actieve sturing het uitzakken van de grondwaterstand voorkomen kan worden. Ondanks dat sinds eind mei dit jaar nauwelijks neerslag is gevallen en het steeds droger wordt, blijft de grondwaterstand met deze geavanceerde toepassing van onderwaterdrains op peil.

De werking van pompgestuurde onderwaterdrains is vergeleken met gangbare onderwaterdrains die rechtstreeks op de sloot zijn aangesloten en een situatie zonder drains. Gekeken wordt of met actief sturen de grondwaterstand op 40 à 45 cm beneden maaiveld gehouden kan worden. Van een proefperceel met een ‘laag’ slootpeil (55 cm beneden maaiveld) is het verloop van de grondwaterstand in groeiseizoen 2018 weergegeven in figuur 1. Met pompgestuurde onderwaterdrains kon dit voorjaar de grondwaterstand onder natte omstandigheden behoorlijk verlaagd worden ten opzichte van de ongedraineerde situatie. Vanaf begin juni tot 12 juli jl. werd de grondwaterstand aanzienlijk verhoogd. Op 12 juli was het verschil maar liefst 65 cm. Het streefpeil werd niet gehaald, omdat het peil in het reservoir voorzichtig verhoogd wordt om te voorkomen dat de bodem doorslaat en er natte plekken ontstaan. Het effect van gangbare onderwaterdrains zit tussen de beide behandelingen in.

Effect van pompgestuurde onderwaterdrains (OWD ‘s) op de grondwaterstand in 2018 ten opzichte van gangbare onderwaterdrains op de sloot en een referentiesituatie zonder onderwaterdrains bij een ‘laag’ slootpeil van 55 cm beneden maaiveld.
Effect van pompgestuurde onderwaterdrains (OWD ‘s) op de grondwaterstand in 2018 ten opzichte van gangbare onderwaterdrains op de sloot en een referentiesituatie zonder onderwaterdrains bij een ‘laag’ slootpeil van 55 cm beneden maaiveld.

Onderwaterdrains

Onderwaterdrains zorgen voor een vlakker grondwaterstandsverloop door drains die onder het slootpeil liggen en zowel water aan- als afvoeren. De mate waarin dit gebeurt hangt sterk af van het drukverschil tussen het grondwaterpeil en het slootpeil. Het drukverschil met het slootpeil is echter beperkt en neemt pas toe wanneer de grondwaterstand dicht onder het maaiveld komt of behoorlijk onder het slootpeil zakt.

Vergroting effect

Door de drains op een waterreservoir aan te sluiten is een veel groter peilbereik mogelijk en kan daadwerkelijk op de grondwaterstand gestuurd worden. Het peil in het reservoir wordt gereguleerd met een pomp en kan (op KTC Zegveld) variëren van 80 cm onder tot 80 cm boven maaiveld. Door het reservoirpeil tegengesteld te laten bewegen aan de grondwaterstand wordt het grondwaterpeil zo vlak mogelijk gehouden.

Getoetst in veldproef

Op het melkveeproefbedrijf KTC Zegveld is in de afgelopen twee jaar in een veldproef onderzocht of het grondwaterpeil onafhankelijk van het slootpeil te sturen is. Dit is gedaan bij een hoog slootpeil van 20 cm en een lager slootpeil van 55 cm beneden maaiveld. Binnen het hoge en lage slootwaterpeilregime is gekeken hoe de pompgestuurde onderwaterdrains zich verhouden tot een ongedraineerde situatie en gangbare onderwaterdrains op de sloot. In beide jaren was zowel het infiltrerende als het drainerende effect van pompgestuurde onderwaterdrains aanmerkelijk groter dan bij traditionele onderwaterdrains op de sloot. Dit geeft veel perspectief voor het verder kunnen reduceren van maaivelddaling en CO2-emissie.

Vervolg in nieuw project

De veldproef op KTC Zegveld wordt voortgezet Sturen op draagkracht en CO2-emissie met pompgestuurde onderwaterdrains‘. In het vervolgproject wordt gekeken of de aansturing van de pompgestuurde onderwaterdrains te verfijnen is door te sturen op de vochttoestand van de bodem in plaats van de grondwaterstand. Daarbij kunnen grondwaterstanden wenselijk zijn die boven het tot nu toe gehanteerde streefpeil van 40 à 45 cm liggen. Het zal moet blijken of dit mogelijk is. De bovengrond moet enerzijds droog genoeg zijn voor een voldoende draagkracht van de graszode en moet anderzijds zodanig nat blijven dat de veenafbraak zoveel mogelijk beperkt wordt. De inzet is om hiermee bodemdaling en CO2-emissie verder te verminderen.