Grasopname weideseizoen 2017 in beeld- Amazing Grazing

Nieuws

Grasopname weideseizoen 2017 in beeld

Gepubliceerd op
23 november 2017

Managementprogramma’s kunnen steeds vaker, ook grafisch, informatie leveren over het gevoerde rantsoen. Met de gegevens van 2017 is voor de twee toegepaste beweidingssystemen stripgrazen en roterend standweiden op Dairy Campus in Amazing Grazing zo’n voeropname-overzicht gemaakt.

De totale energiebehoefte is berekend op basis van VEM-dekking. De totale energiebehoefte is verminderd met de energie-opname uit het gemeten ruwvoer en krachtvoer om zo de opname van weidegras te schatten. Het gaat hier om voorjaarskalvende melkkoeien met een aflopende lactatiecurve, dus ook een afnemende berekende voerbehoefte.

Veehouders krijgen veel overzichten met dierprestaties waar het gaat om melkgift en -samenstelling. Als we over voeding spreken zijn vooral de krachtvoersoorten en -giften goed in beeld. Bij het gebruik van een goede weeginstallatie zijn ook de ruwvoergiften in beeld. Over de hoeveelheid opgenomen weidegras is relatief weinig bekend, terwijl dit de goedkoopste voersoort is. Wanneer meer inzicht bestaat in de opbouw van het rantsoen, niet alleen in kg drogestof/product, maar ook in energie en zelfs kosten, kan hier beter op gestuurd worden.

Bepaling kg drogestof weidegras

Op Dairy Campus is het onderzoek in twee beweidingssystemen uitgevoerd met in beide systemen 7,5 melkkoe per ha beweidbaar land. De systemen zijn stripgrazen (dagelijks een verse strip gras) en roterend standweiden (in 5-daagse rotatie). De koeien weiden overdag en staan ’s nachts op stal en zijn dan bijgevoerd met snijmais. Een verandering in grasvoorraad is gecompenseerd met een aanvulling in de hoeveelheid bijvoeding. Alle koeien krijgen 6 kg krachtvoer (flat feeding). De grasopname is berekend op basis van VEM-dekking. Eerst is de totale energiebehoefte van het individuele dier uitgerekend en dit is verminderd met de energie-opname uit (gemeten) ruwvoer en krachtvoer. Het tekort aan energie is gedeeld door de energie-inhoud van het gras. Zo krijg je het aantal kg drogestof weidegras dat de koeien opnemen.

Figuur 1 Voeropname patroon stripgrazen (SG) 2017 op basis van VEM dekking en afnemend lactatiestadium
Figuur 1 Voeropname patroon stripgrazen (SG) 2017 op basis van VEM dekking en afnemend lactatiestadium
Figuur 2 Voeropname patroon roterend standweiden (RSW) 2017 op basis van VEM dekking en afnemend lactatiestadium.
Figuur 2 Voeropname patroon roterend standweiden (RSW) 2017 op basis van VEM dekking en afnemend lactatiestadium.

Verloop van grasopname door het jaar

Figuur 1 geeft de voeropname van de stripgraasgroep weer en figuur 2 van de roterend standweidegroep. De totale energiebehoefte is afnemend omdat het een groep voorjaarsafkalvende melkkoeien betreft met een aflopende lactatiecurve. De melkproductie is dus aan het einde van het seizoen lager en de berekende benodigde hoeveelheid energie (= voer) dus ook. In de praktijk, met een gespreid afkalfpatroon, zal de energiebehoefte gelijker zijn gedurende het seizoen en laat daarmee een vlakkere voerbehoefte en voeropname zien. De grasopname volgt mooi de grasgroei. In het voorjaar moet je niet te voorzichtig beginnen met beweiden om de groeispurt van eind april-begin mei voor te blijven. Dat is in de proef dit jaar ook gebeurd, door grotere oppervlakten aan te bieden en de ruwvoeropname te temperen. De verwachte groeispurt kwam in 2017 echter niet op gang. Dit is in de figuren duidelijk te zien aan de afnemende grasopname begin mei. Op basis van de farmwalk is goed geanticipeerd op de uitblijvende groei. Tweede helft mei is deze groei alsnog gekomen en nam de grasopname weer toe. Daarna werd het snel droog en nam de grasgroei en daarmee de grasopname sterk af tot zelfs bijna volledig stalrantsoen half juni. Vervolgens weer een opleving van grasgroei en weidegrasopname, maar niet echt doorzettend in augustus.

Weinig verschil tussen beweidingssystemen

De figuren geven in een oogopslag een goed beeld van het voermanagement. Ook is goed te zien dat er weinig verschil tussen de beide beweidingsystemen is. De marginale verschillen zitten in het verloop van de grasopname. Bij stripgrazen is het verloop iets vlakker dan bij roterend standweiden. Blijkbaar is het voor de veehouder iets gemakkelijker om bij stripgrazen te reageren op veranderingen in groei en aanbod.