Zwavelgehalte Nederlandse percelen fors gedaald

Nieuws

Zwavelgehalte Nederlandse percelen fors gedaald

Gepubliceerd op
16 december 2016

Het gehalte zwavel (S) in de Nederlandse bodem is in de afgelopen 10 jaar sterk afgenomen. Dat blijkt uit de gemiddelde analyseresultaten van Eurofins Agro. In kleigronden is de afname gemiddeld 15%, in zandgronden zelfs meer dan 30% in de periode 2005-2015.

Zwavel is één van de belangrijkste nutriënten voor het gewas. Het behoort tot de zogenoemde hoofdelementen. Zwavel is bijvoorbeeld nodig voor de vorming van eiwitten in de plant. Het speelt daarmee een rol bij zowel opbrengst als kwaliteit van gewassen.

Een gewas kan zwavel verkrijgen via depositie, organische mest, grondwater, mineralisatie van bodemorganische stof en natuurlijk via kunstmest. Eind vorige eeuw kwam zwavelgebrek nauwelijks voor. Via depositie (neerslag) werd continue zwavel aangevoerd (tot wel meer dan 50 kg per hectare). De laatste jaren gebeurt dit echter niet meer: door milieumaatregelen is de aanvoer ‘uit de lucht’ vrijwel nihil. Dit betekent dat deze zwavelbron waar Nederlandse boeren en tuinders aan gewend waren, niet meer bestaat. De aanvoer via dierlijke mest is minder geworden door het mestbeleid. Daarnaast is zwavel in mest vooral organisch gebonden en zal zeker in het vroege voorjaar nauwelijks bijdragen aan de S-voorziening van gewassen. Wat de bodem levert wordt steeds belangrijker.

Teruglopende gehalten

Eurofins Agro constateert dat S-totaalgehalten in de Nederlandse bodem significant teruglopen (figuur 1). De capaciteit van de bodem om gewassen van zwavel te voorzien wordt daarmee minder. Dat zien we ook aan de C/S-ratio.

Minder aanvoer vanuit mineralisatie

De C/S-ratio in met name zandgrond is toegenomen (figuur 2). De C/S-ratio is een maat voor de hoeveelheid zwavel die vrij kan komen bij afbraak van organische stof. Hoe hoger de C/S-ratio hoe minder zwavel er bij afbraak vrijkomt. "Er wordt dus niet alleen minder zwavel aangevoerd vanuit de lucht (depositie), er wordt ook minder aangevoerd door mineralisatie", stelt Arjan Reijneveld. Hij is productmanager bij Eurofins Agro.

Figuur 1: S-totaal in zowel zand- als kleigrond neemt af in Nederland.
Figuur 1: S-totaal in zowel zand- als kleigrond neemt af in Nederland.
Figuur 2: een stijgende C/S-ratio; er komt minder zwavel door mineralisatie vrij.
Figuur 2: een stijgende C/S-ratio; er komt minder zwavel door mineralisatie vrij.

Kwaliteit organische stof

Volgens Reijneveld is de stijging van de gemiddelde C/S-ratio een indicator dat er wat aan de hand is met de kwaliteit van organische stof. "Wij zien gemiddeld nog geen afnemende gehaltes organische stof in de bodem. De kwantiteit blijft dus gelijk, maar de kwaliteit verandert dus wel." Op dit moment is Eurofins Agro bezig met meer onderzoek naar de kwaliteit van organische stof in de bodem via pyrolyse. Met deze methode kunnen de diverse fracties organische stof (kwaliteit) worden gemeten. "Wij verwachten hiermee veel nieuwe inzichten te generen voor de boer, maar ook voor specialisten en onderzoekers.

Zwavel tijdens het seizoen bijsturen

In het grondonderzoek meet Eurofins Agro zowel S-totaal als de C/S en sinds dit seizoen ook de minerale (plant beschikbare) zwavel. De gebruiker ziet hierdoor of het zinvol is bij te sturen op zwavel. Zeker voor zwavelbehoeftige gewassen als gras en wintertarwe is een kunstmestgift vroeg in het seizoen (als de mineralisatie nog niet op gang is) vaak rendabel.

Bron: Eurofin Agro