BedrijfsWaterWijzer brengt risico's rondom verdroging in beeld

Nieuws

BedrijfsWaterWijzer helpt om beter om te gaan met droogte

Gepubliceerd op
4 juli 2017

De BedrijfsWaterWijzer is binnen het project ‘Koeien & Kansen’ ontwikkeld om het waterbeheer op het melkveebedrijf inzichtelijk te maken. Een onderdeel hiervan is de module ‘droogte'. Deze geeft het risico op verdroging van grond en gewassen weer en geeft weer hoe water als productiemiddel optimaal ingezet kan worden. Verbeteringen die bijdragen aan een hogere productie, een grotere oogstzekerheid en een efficiënter watergebruik.

Bedrijfswaterwijzer

De BedrijfsWaterWijzer gaat in op diverse aspecten die zowel betrekking hebben op de kwaliteit als kwantiteit van water op een melkveebedrijf. Hierbij wordt gekeken naar het erf, droogte, wateroverlast, uitspoeling naar grondwater, afspoeling naar oppervlaktewater, kwaliteit drinkwater voor vee en ecologisch slootbeheer. De module ‘Droogte’ scoort in de eerste plaats het risico op droogte.  Dit is de uitgangssituatie die moeilijk te beïnvloeden is. In de tweede plaats geeft het programma inzicht in hoeverre de bedrijfsvoering het risico op droogte vermindert. Daarbij komen achtereenvolgens het vasthouden van neerslag, het vergroten van de vochtbeschikbaarheid voor het gewas en efficiënt beregenen aan bod.

De gevoeligheid van de situatie

De BedrijfsWaterWijzer scoort in de eerste plaats de droogtegevoeligheid van de uitgangssituatie op basis van het bodemtype, de  grondwaterdynamiek en de waterhuishouding van de omgeving van het bedrijf. Het bodemtype en de grondwaterstand zijn bepalend voor de vochtlevering. Dit is in grote mate afhankelijk van de textuur en het organische stofgehalte van de bodem. Een bedrijf in een vrij afwaterend gebied op een leemarme zandgrond met een dun humeus dek en een diepe grondwaterstand is bij uitstek droogtegevoelig. Veehouders ervaren op een dergelijke grond dat een flinke bui in de zomer van 20 à 25 mm nog geen week toereikend is voor de vochtvoorziening van gras. Onder deze omstandigheden is een strategie om beter om te gaan met droogte van groot belang. Het lijkt erop dat droogte een steeds normaler weerverschijnsel begint te worden. Daarom is het ook zinvol om een ‘droogtestrategie’ te hebben op klei en veen die doorgaans beter van vocht voorzien zijn.

Vasthouden van neerslag

Een eerste vereiste om droogte tegen te gaan is om neerslag zo goed mogelijk vast te houden in de humeuze bovengrond, daar waar de plant wortelt en vocht onttrekt. Afspoeling van water moet voorkomen worden, tenzij er een groot risico is op vernatting. Greppels in het maaiveld zorgen voor een versnelde afvoer van water, maar hebben als keerzijde dat de infiltratie in de bodem vermindert. De risico ’s op vernatting en verdroging moeten tegen elkaar worden afgewogen. In die afweging moet nu ook de waterkwaliteit worden betrokken omdat afspoeling relatief veel nutriënten bevat (Module 5). Ook de helling van het maaiveld is van invloed. Water vasthouden gaat beter op percelen die vlak liggen dan op percelen die op afschot liggen of een bolle ligging hebben. Peilgestuurde drainage is een geavanceerde oplossing om enerzijds het maaiveld droog te houden en anderzijds toch water vast te houden. Door middel van een regeling in een centrale uitstroomopening kan voorkomen worden dat in het voorjaar te veel water wegstroomt. Een goede bodemstructuur zorgt voor een betere infiltratie van neerslag en bovendien bevordert dit een grotere worteldiepte waardoor de vochtbeschikbaarheid van een gewas aanzienlijk toeneemt. Capillaire opstijging van vocht vanuit de ondergrond zorgt voor wateraanvoer van onderaf en het maakt een bodem aanzienlijk minder droogtegevoelig. De mate van capillaire opstijging is afhankelijk van de textuur van de ondergrond en de diepte van de grondwaterstand. Het grondwater daalt door gewasverdamping. Deze daling kan deels worden voorkomen door het slootpeil met stuwtjes op te zetten. Dit is echter alleen mogelijk bij wateraanvoer, bijvoorbeeld vanuit grotere waterlopen, die altijd van voldoende water zijn voorzien. Door drains onder slootpeil aan te leggen kan extra water in het perceel worden aangevoerd. Het voordeel is dat ook de waterafvoer versnelt bij grote neerslaghoeveelheden.

Vergroten vochtbeschikbaarheid voor het gewas

Is alles in het werk gesteld om neerslag vast te houden, dan is vervolgens de gewaskeuze van belang voor het optimaal benutten van bodemvocht. Maïs gaat efficiënter om met water dan gras. Maar ook tussen grassoorten bestaan verschillen. Een strategie die bijvoorbeeld op proefbedrijf De Marke wordt toegepast, is het zoveel mogelijk benutten van gewasgroei in de voorzomer. Dan is nog meestal voldoende vocht in de bodem beschikbaar. Het vroeg op gang brengen van de gewasgroei is dan dus gunstig. Hier kan door bemesting, maar ook door gewaskeuze aan gewerkt worden. Ook het op peil houden van het organische stofgehalte en een goede bodemstructuur draagt bij aan de vochtbeschikbaarheid. Op een droogtegevoelige grond kan voor beide zaken een nauwe vruchtwisseling van gras en maïs gunstig uitpakken. In de grasperiode wordt de worteldiepte vergroot ten opzichte van die van blijvend grasland, waardoor de vochtbeschikbaarheid aanzienlijk wordt vergroot. 

Efficiënt beregenen

Als al deze troeven zijn uitgespeeld dan zal op echt droogtegevoelige bedrijven nog beregenen nodig zijn om het neerslagtekort te beperken. Maar beregen dan op maat. Van belang hierbij is waar, wanneer en hoeveel. Voor gras is beregenen voor groei in het voorjaar vaak nog wel haalbaar, terwijl in de midzomer beregenen op heel droge dagen niet meer effectief bijdraagt aan groei vanwege hoge temperaturen. Beregenen staat onder deze omstandigheden ten dienste van het in leven houden van de graszode en het in stand houden van een goede botanische samenstelling (vooral het voorkomen van kweek). Voor het realiseren van groei is het dan veel effectiever om beregening in te zetten op snijmaïs, aangezien dit gewas wel bij hoge zomerse temperaturen produceert en bovendien twee keer zo efficiënt met vocht om gaat. Vooral rondom het tijdstip van bloei, kolfzetting en korrelvulling is een voldoende vochtvoorziening van belang.

BedrijfsWaterWijzer

In de BedrijfsWaterWijzer komen de aangegeven onderwerpen aan de orde. Het instrument scoort in hoeverre een bedrijf gevoelig is voor droogte en hoe met droogte wordt omgegaan door alle bovengenoemde aspecten te wegen. Per bedrijfssituatie kunnen strategieën een verschillende uitwerking hebben. De ambitie is dat het gebruik van het programma ondernemers op ideeën brengt om het risico op droogte te verminderen.  In het onderstaande staat een screenshot van de resultaatpagina van de BedrijfsWaterWijzer voor een fictieve bedrijfssituatie. 

Screenshot voorbeeld van BedrijfsWaterWijzer, module: Droogte
Screenshot voorbeeld van BedrijfsWaterWijzer, module: Droogte

Bovenstaande screenshot laat een detail van de resultaatpagina van de BedrijfsWaterWijzer zien voor de module droogte (fictief bedrijf). Het laat een gemiddelde score zien voor het risico op droogte en de afzonderlijke scores per item en desgewenst per perceel die van invloed zijn op droogte. De score voor droogtegevoeligheid van de bodem geeft een uitgangssituatie (conditie) weer die moeilijk te beïnvloeden is. De overige items zijn wel te beïnvloeden (management). Het risico op droogte volgens de uitgangssituatie vermindert wanneer maatregelen worden genomen om neerslag beter vast te houden en om efficiënter met water om te gaan.