Weidegang gaant niet ten kosten van mineralenexcretie

Nieuws

Weidegang gaat niet ten koste van mineralenexcretie

Gepubliceerd op
28 december 2016

Melkveebedrijven die tot 1000 uur weidegang toepassen zijn wat excretie betreft net zo efficiënt met hun mineralen als bedrijven zonder weidegang. De excretie van stikstof en fosfaat is niet verschillend tussen deze bedrijven met en zonder weidegang. De verschillen tussen de bedrijven onderling bij eenzelfde aantal uren weiden zijn wel heel groot.

Van 1000 uur tot 1500 uur zien we een aantal veehouders die het minder goed in de hand hebben, maar ook een aantal die nog steeds op het scherpst van KringloopWijzer kunnen werken. De verschillen tussen de bedrijven onderling bij eenzelfde aantal uren weiden zijn heel groot (zie Figuur); beweiding blijkt slechts één van de vele factoren te zijn voor de mineralenexcretie. Bij veel weidegang per jaar blijkt de mineralenexcretie gemiddeld iets hoger dan bij opstallen, maar ook dan is er heel veel variatie.

Aantal weide-uren per jaar per melkkoe en fosfaatexcretie per ton melk.
Aantal weide-uren per jaar per melkkoe en fosfaatexcretie per ton melk.

Geen verschil tussen wel en niet weidende bedrijven

In de projecten ‘Kringloop Weiden’ en ‘Weidegang en KringloopWijzer’ is de nadruk gelegd  op de relatie tussen weidegang en de KringloopWijzer. Dit is gebeurd aan de hand van een analyse van 2759 KringloopWijzers over de jaren 2013 en 2014. Hieruit blijkt dat bedrijven die hun melkvee tot 1000 uur per jaar weiden ten opzichte van hun niet weidende collega’s geen noemenswaardige verschillen hebben in de excretie van stikstof en fosfaat per ton geproduceerde melk. Van 1000 uur tot 1500 uur zien we een aantal veehouders die het minder goed in de hand hebben, maar ook een aantal die nog steeds op het scherpst van KringloopWijzer kunnen werken.

De extensieve weiders

Als er heel veel weidegang is, is de excretie van stikstof en fosfaat gemiddeld wel hoger dan bij opstallen. Bij meer weidegang is er in de zomer minder ruimte om naast het weidegras in het rantsoen te sturen. De koeien nemen namelijk een groter aandeel vers gras op en worden dus ook minder bijgevoerd. Ook zijn bedrijven met meer weidegang gemiddeld extensiever, hierdoor hoeven zij minder voer aan te kopen voor de winterperiode. Correctie naar een eiwitarmer of fosforarmer rantsoen, zoals bijvoorbeeld door de aankoop van snijmaïs, lijkt dan lastiger.

Geen hogere excretie bij beperkte weidegang

Bedrijven met beperkte weidegang (tot 1000 uur per jaar) hebben geen hogere N- en P-excretie per ton melk dan hun collega’s die de koeien binnen houden. Weidegras bevat gemiddeld meer ruw eiwit en fosfor dan kuilgras. Op deze bedrijven wordt dit dus goed in het rantsoen toegepast waardoor de mineralenefficiëntie op een gelijk niveau ligt als bij bedrijven die hun vee jaarrond opstallen. Van 1000 uur tot 1500 uur zien we een aantal veehouders die het minder goed in de hand hebben, maar ook een aantal die nog steeds op het scherpst van KringloopWijzer kunnen werken. Voor bedrijven met veel weidegang lijkt het lastiger om een lage excretie van stikstof en fosfaat per ton melk te realiseren. De spreiding in mineralenexcretie per ton melk is echter groot en de verschillen tussen weiden en opstallen zijn veel kleiner dan tussen de bedrijven onderling bij eenzelfde aantal uren weidegang.