Beperken nitraatuitspoeling met BedrijfsWaterWijzer

Nieuws

Beperken nitraatuitspoeling met BedrijfsWaterWijzer

Gepubliceerd op
16 mei 2017

Nitraatuitspoeling is een thema waaraan de deelnemers van het project Koeien & Kansen al vanaf de start mee bezig zijn. De maatregelen die ze hebben genomen waren erop gericht om het stikstofbodemoverschot zo klein mogelijk te houden. Toch is ondertussen duidelijk dat een gelijk stikstofbodemoverschot op verschillende plekken tot verschillen in nitraatuitspoeling leidt. Module 4 van de BedrijfsWaterWijzer richt zich op dit onderdeel.

Uit figuur 1 blijkt dat er weliswaar een verband is tussen N‑bodemoverschot en nitraatconcentratie, maar ook dat dat verband zwak is (R2 = 0,26).

Figuur 1: Nitraatconcentratie in het bovenste grondwater op de Koeien en Kansenbedrijven op zandgrond, uitgezet tegen het N-bodemoverschot voor verschillende jaren.
Figuur 1: Nitraatconcentratie in het bovenste grondwater op de Koeien en Kansenbedrijven op zandgrond, uitgezet tegen het N-bodemoverschot voor verschillende jaren.

Dat komt doordat het lot van nitraat in de bodem mede bepaald wordt door bodemeigenschappen, grondwaterstand en het geteelde gewas. In de Kringloopwijzer was er al een vereenvoudigde vertaling van stikstofbodemoverschot naar nitraatuitspoeling op basis van de gegevens uit het Landelijk Meetnet Mestbeleid (LMM) van het RIVM (Figuur 2). Hierbij werd alleen onderscheid gemaakt tussen grasland en bouwland, en in de drie grondsoorten zand, klei en veen, en alleen voor zand in de grondwaterklassen nat (Gt IV), matig droog (Gt VI) en droog (Gt VII). Voor iedere combinatie was er een geschatte uitspoelfractie en een geschat neerslagoverschot om een nitraatgehalte in het bovenste grondwater te berekenen. Toch is deze benadering nauwelijks toegepast, omdat de variatie in omstandigheden in de praktijk veel groter is, tussen bedrijven, tussen percelen en zelfs binnen percelen. Bovendien maakt de KringloopWijzer alleen onderscheid tussen de gezamenlijke grasland- en snijmaïspercelen. Daarom was het beter prestaties van bedrijven te vergelijken op basis van het stikstofbodemoverschot, en niet op basis van berekend nitraat in het grondwater.

Figuur 2: Uitspoelfracties van het N-bodemoverschot, afgeleid uit het Landelijk Meetnet Mestbeleid (LMM)
Figuur 2: Uitspoelfracties van het N-bodemoverschot, afgeleid uit het Landelijk Meetnet Mestbeleid (LMM)

Module uitspoeling in BedrijfsWaterWijzer

Bedrijfwaterplan

Met de BedrijfsWaterWijzer (BWW) gaan we dit nu anders doen, omdat we nu de ambitie hebben nitraatuitspoeling beter te schatten. Het gaat in module 4 (uitspoeling) immers om grondwaterkwaliteit. Veel melkveehouders pleiten voor meten, maar het probleem is dat de ruimtelijke variabiliteit van nitraat in het grondwater groot is. Dat blijkt onder andere uit de metingen die het RIVM verricht in het kader van het eerder genoemde LMM. Zelfs 16 punten per bedrijf zijn nog onvoldoende om een representatief beeld per bedrijf te verkrijgen, waardoor het praktisch onhaalbaar is om bedrijfsprestaties aan nitraat in het grondwater af te meten.

Perceelseigenschappen

In de BWW kiezen we nu voor een benadering met een meer gedetailleerd onderscheid in bodemtypen en grondwaterstanden. Bovendien gaan we de mogelijkheid bieden om slechte plekken in een perceel te onderscheiden, zoals bijvoorbeeld een droge kop, of een stuk met een slecht doorlatende laag. Het programma houdt dan bij welke plekken bij welk perceel horen en berekent dan een areaalgewogen nitraatgehalte, waaraan een score slecht, onvoldoende, voldoende of goed wordt toegekend. Daarnaast houden we ook rekening met verschillen in opbrengst tussen percelen. Per perceel kan worden aangegeven of, en hoeveel de opbrengst afwijkt van het gemiddelde volgens de Kringloopwijzer, waardoor een stikstofbodemoverschot per perceel kan worden geschat. Tijdens de eerste tests van de BWW bij vier bedrijven is gebleken dat het voor praktische toepassing nodig is om de benodigde invoer te ondersteunen met een GIS-applicatie. Daar zijn we nu volop mee aan de slag.

Management

Naast deze score voor nitraatconcentratie, beoordelen we ook een aantal managementaspecten op hun risico’s voor nitraatuitspoeling, zoals de beweidingsintensiteit, moment van opstallen, de vruchtwisseling (inclusief herinzaai van grasland) en de teelt van een vanggewas. We zijn nog niet in staat om rechtstreeks het effect van deze zaken op de nitraatconcentratie te schatten maar kunnen ze wel kwalitatief scoren op een schaal van 1 (slecht) tot 4 (goed). Uiteraard is het belang van een goede beoordeling van het management belangrijker naarmate een perceel slechter scoort op nitraaatconcentratie.